Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4361.

7 De ervaring leert intussen dat er bij aankoop van een tweedehands auto ook heel goed iets aan de beschikkingsbevoegdheid van de voorman kan schorten als die wèl autopapieren bezit waar niets op valt aan te merken (dat zou bijvoorbeeld in de onderhavige zaak het geval zijn geweest wanneer Cavendor het kentekenbewijs op haar naam had laten stellen; namens Chrysler is er terecht op gewezen dat Cavendor, omdat zij over alle delen van het kentekenbewijs beschikte, dat zonder noemenswaardig probleem had kunnen bewerkstelligen). Ik zie geen aanleiding om de beslissing van de Hoge Raad zo te lezen, dat ook in dàt geval de koper het risico draagt van het achterwege laten van nader onderzoek (bijvoorbeeld door de voorman te vragen naar de eerdere herkomst van de auto, of door recherche in het kentekenregister). In de hier veronderstelde situatie, dus waar de autopapieren "prima facie" geheel in orde zijn, zal "in de gegeven omstandigheden" gewoonlijk géén nader onderzoek van de verkrijger verlangd mogen worden. (Dat men daarover ook anders kan denken blijkt intussen uit sommige recente beslissingen in de Belgische rechtspraak, zie voetnoot 16 hierna).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073, en de alinea staat in dat document op bytes 34873 tot 36051.