Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002
Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4361.
8 Als men zich afvraagt welke uitzonderingen de Hoge Raad voor ogen hebben gestaan, kan men bijvoorbeeld denken aan het geval dat de koper de verkoper goed kent en uit dien hoofde weet dat de aangeboden auto (al lang) eigendom van de verkoper is, hoewel die het copie deel III niet blijkt te bezitten. Het is moeilijker om een geval te bedenken waarin achteraf toch nog kan blijken dat de verkoper niet beschikkingsbevoegd was. Dat accentueert dat er in een van de gevallen die de Hoge Raad op het oog zal hebben gehad inderdaad gewoonlijk érg weinig reden voor de verkrijger bestaat, om te betwijfelen of zijn voorman wel bevoegd is. Hoe uitzonderlijker de samenloop van omstandigheden die daarvoor nodig is, des te minder aanleiding is er voor iemand die van die omstandigheden geen weet heeft, om daar toch rekening mee te houden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073, en de alinea staat in dat document op bytes 36059 tot 36906.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073 | shasum -a 256