Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4361.

19 Dergelijke argumenten zijn in verschillende opzichten denkbaar, waarbij natuurlijk veel afhangt van de stellingen die Chrysler aan de onderhavige - in werkelijkheid dus niet gevoerde - verweren ten grondslag zou hebben gelegd. Omdat dat in werkelijkheid dus niet gebeurd is, vind ik het niet verantwoord om mij in veronderstellingen over mogelijke argumenten ten verwere aan de kant van Bull's Eye te begeven. Ik wil niet onvermeld laten dat in het kader van de beoordeling van de op onrechtmatig handelen van Chrysler gebaseerde vordering de vraag van de ogenschijnlijk weinig zorgvuldige handelwijze van Target - zie ook voetnoot 3 hiervóór - misschien een andere rol speelt dan in de louter goederenrechtelijke context van art. 2014 (oud) BW - zie wat dat laatste betreft o.a. HR 18 januari 1991, NJ 1992, 667 m.nt. CJHB onder nr. 668, en voor verdere vindplaatsen Snijders - Rank-Berenschot, Goederenrecht (2001), nr. 374.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073, en de alinea staat in dat document op bytes 40669 tot 41614.