Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2002
Alinea 178 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4364.
3.15.1 Het Hof heeft dit aanbod reeds kunnen passeren omdat niet valt in te zien waarom het rapport niet in geding is gebracht. [Eiseres] c.s. hebben daartoe ampel de gelegenheid gehad. Art. 6 lid 1 EVRM staat er m.i. aan in de weg dat procedures onnodig worden opgehouden doordat partijen nalaten stukken die zij van belang achten in geding te brengen. Naar het destijds geldende recht kon zo'n verzuim in appèl worden rechtgezet. Zeker in procedures waarin particulieren schadevergoeding vorderen wegens aanzienlijke geluidsoverlast ware niet te aanvaarden dat partijen die nalaten relevante stukken waarover zij beschikken in geding te brengen er met vrucht over kunnen klagen dat de gelegenheid tot het leveren van getuigenbewijs - over de inhoud dier stukken - door de rechter is onthouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e9840850689d166b0d6bc593f1b85e49aee4db92d932b2bd8c41152de83b4a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e9840850689d166b0d6bc593f1b85e49aee4db92d932b2bd8c41152de83b4a7, en de alinea staat in dat document op bytes 50574 tot 51384.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6e9840850689d166b0d6bc593f1b85e49aee4db92d932b2bd8c41152de83b4a7 | shasum -a 256