Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002

Alinea 117 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4366.

3.35 Ik veroorloof mij hierbij een kanttekening van meer principiële aard. Ons (oude) procesrechtelijk stelsel is (was), in een internationale context, bepaaldelijk genereus. Een partij die niet de moeite neemt om haar stellingen behoorlijk te etaleren kon die omissie in appèl rechtzetten. Het is evenwel overvraagd - mede gezien de capaciteit van de rechterlijke macht en de omstandigheid dat de kosten daarvan door de samenleving worden gedragen - om in derde aanleg te klagen over het niet uitvoerig responderen op lapidaire stellingen; stellingen die hetzij niet duidelijk of voldoende onderbouwd zijn dan wel geheel of ten dele in het oog springend onjuist zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2425ef51a51f88c6741fbddd5554fc70e0ffaa1142638d2d64e503b3faaee2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2425ef51a51f88c6741fbddd5554fc70e0ffaa1142638d2d64e503b3faaee2b, en de alinea staat in dat document op bytes 43920 tot 44603.