Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002

Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4366.

3.39 De overweging zou onbegrijpelijk zijn wanneer de Rechtbank zou hebben geoordeeld dat veruit de meeste door [eiser] c.s. genoemde vrijdagen binnen de vakantieperiode vallen. Gezien het aantal, de frequentie en hetgeen omtrent schoolvakanties van algemene bekendheid is, zou een dergelijk oordeel veel toelichting behoeven. Ik lees een dergelijk oordeel evenwel niet in rov. 4. Bovendien is kwestieus of de klacht tegen een dergelijk verondersteld oordeel opkomt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2425ef51a51f88c6741fbddd5554fc70e0ffaa1142638d2d64e503b3faaee2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2425ef51a51f88c6741fbddd5554fc70e0ffaa1142638d2d64e503b3faaee2b, en de alinea staat in dat document op bytes 46129 tot 46608.