Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002

Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4366.

3.44.2 In dit verband hebben [eiser] c.s. de bij repliek betrokken stelling dat zij in de periode 1992-1996 nagenoeg alle weekenden en vakantieperioden en ook door de week hebben gewerkt, niet uitdrukkelijk prijsgegeven. Zij hebben, als gezegd, de werkbonnen vanaf maart 1995 overgelegd en nogmaals aangegeven - zij het in het kader van grief III - dat zij hun stelling over de periode daarvoor niet exacter kunnen onderbouwen of bewijzen omdat de daarop betrekking hebbende gegevens zich bij Akersloot bevinden. Zo op Akersloot al niet de bewijslast rust, ligt het volgens [eiser] c.s. in elk geval op haar weg deze gegevens te verstrekken (mva onder 4.1-4.16).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2425ef51a51f88c6741fbddd5554fc70e0ffaa1142638d2d64e503b3faaee2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2425ef51a51f88c6741fbddd5554fc70e0ffaa1142638d2d64e503b3faaee2b, en de alinea staat in dat document op bytes 48939 tot 49614.