Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002

Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4366.

3.20 Ten overvloede stip ik nog aan dat [eiser] c.s. terecht de stelling poneneren dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad de omstandigheid dat de geïntimeerde niet meer reageert op een nadere akte van de appellant niet meebrengt dat de rechter het daarin aangevoerde (als niet of onvoldoende weersproken) als juist mag aanvaarden. Van een procespartij mag niet worden gevergd dat deze steeds een akte ter rolle neemt of pleidooi vraagt, uitsluitend om te voorkomen dat nieuwe feiten of stellingen als vaststaand zullen gelden.(17)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2425ef51a51f88c6741fbddd5554fc70e0ffaa1142638d2d64e503b3faaee2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2425ef51a51f88c6741fbddd5554fc70e0ffaa1142638d2d64e503b3faaee2b, en de alinea staat in dat document op bytes 38259 tot 38814.