Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 109 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4367.

Art. 6:258 BW stelt twee eisen, te weten (i) onvoorziene omstandigheden, waarbij het slechts erop aankomt 'van welke veronderstellingen partijen bij het sluiten van de overeenkomst tegenover elkaar zijn uitgegaan; of zij in de mogelijkheid (...) hebben voorzien of althans stilzwijgend die mogelijkheid hebben verdisconteerd(22)'; en (ii) die van dien aard zijn dat de wederpartij van degene die herziening verlangt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c101f066552ac9a5ad2106db5f39126eacfc1be805eab24be99a595122e6fe2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c101f066552ac9a5ad2106db5f39126eacfc1be805eab24be99a595122e6fe2, en de alinea staat in dat document op bytes 40454 tot 40999.