Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4367.

4. Onder die omstandigheden bestond er een dringende verplichting van moraal en fatsoen van de vrouw jegens de man, die een natuurlijke verbintenis oplevert, om de man te laten meeprofiteren van de waardestijging van de woning en om de helft van de waardestijging van de woning aan de man ten goede te laten komen. Dit betekent, dat, als de stelling van de man dat de verklaring de neerslag is van een eerder gesloten overeenkomst niet juist zou zijn, de door de vrouw bij verklaring van 31 maart 1994 gedane toezegging niet een schenking betreft, maar een aanbod tot het omzetten van de natuurlijke verbintenis in een rechtens afdwingbare verbintenis. Hieraan doet niet af, dat naast de man ook de vrouw, familie en vrienden werkzaamheden aan de woning hebben verricht, dat de man lange tijd in de woning heeft gewoond en daarin zijn hobby's heeft beoefend zonder dat hij daartegenover een vergoeding behoefde te betalen, en dat de vrouw voornamelijk in het gezinsinkomen voorzag. De verklaring van de vrouw van 31 maart 1994 is dus niet nietig. (...)'.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c101f066552ac9a5ad2106db5f39126eacfc1be805eab24be99a595122e6fe2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c101f066552ac9a5ad2106db5f39126eacfc1be805eab24be99a595122e6fe2, en de alinea staat in dat document op bytes 9855 tot 10923.