Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4367.

- Het hof heeft miskend dat de enkele omstandigheid dat de man verbouwingswerkzaamheden heeft verricht aan de woning van de vrouw niet kon meebrengen dat de huwelijksvoorwaarden van partijen terzijde werden gesteld en dat het hof de verklaring van de vrouw dus evenmin kon aanmerken als een aanbod tot het omzetten van een natuurlijke verbintenis in een rechtens afdwingbare verbintenis (onderdelen 1-1.4 en 1.9). Deze werkzaamheden kunnen hooguit worden beschouwd als een logisch uitvloeisel van art. 1:81 BW (onderdeel 1.7). Het toewijzen van de vordering van de man met de motivering zoals door het hof gegeven zou betekenen dat er vrijwel altijd een ingrijpende inbreuk kan worden gemaakt op een tussen partijen overeengekomen huwelijksgoederenregime (onderdeel 1.8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c101f066552ac9a5ad2106db5f39126eacfc1be805eab24be99a595122e6fe2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c101f066552ac9a5ad2106db5f39126eacfc1be805eab24be99a595122e6fe2, en de alinea staat in dat document op bytes 11035 tot 11820.