Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4367.
'Indien juist mocht blijken hetgeen de vrouw omtrent aard en omvang van haar werkzaamheden voor het bedrijf, de toename van het vermogen van de man als gevolg daarvan en de onevenredig lage beloning van haar werkzaamheden heeft gesteld, kan hieruit voor de man een - als natuurlijke verbintenis aan te merken - dringende morele verplichting voortvloeien om aan de vrouw een vergoeding uit te keren of te haren behoeve een voorziening te treffen. (...) Voor zover het hof (...) tot uitdrukking zou hebben willen brengen dat aan een natuurlijke verbintenis als vorenbedoelde niet zou kunnen worden voldaan door "voormelde prestatie" - waarmede het hof bedoelt (...) "het door de man betalen (in de loop der jaren) van voormelde som, waardoor de vrouw eigenares werd van een onbelast pand en daaruit revenuen trok" - is het evenzeer uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting.'
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c101f066552ac9a5ad2106db5f39126eacfc1be805eab24be99a595122e6fe2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c101f066552ac9a5ad2106db5f39126eacfc1be805eab24be99a595122e6fe2, en de alinea staat in dat document op bytes 18467 tot 19354.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9c101f066552ac9a5ad2106db5f39126eacfc1be805eab24be99a595122e6fe2 | shasum -a 256