Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 107 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4368.

2.29 Zouden [verzoekster 2] en [verzoeker 1] daarbij voldoende belang hebben, dan zou het onderdeel slagen. De gemeente heeft niet (expliciet) gesteld dat de overeenkomst met [verzoekster 2] tot gevolg heeft dat de door de gemeente van [verzoekster 2] als zelfrealisator te verlangen bijdrage vaststaat. Ter adstructie van de verlangde bijdrage heeft de gemeente andere argumenten gehanteerd. Zo heeft de gemeente zich op het standpunt gesteld dat de vraag welke voorzieningen in het plangebied moeten worden gerealiseerd een bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheid is, dat de noodzaak daarvan in een procedure op grond van de Wvg niet behoeft te worden aangetoond en dat in casu slechts relevant is dat de gemeenteraad heeft besloten tot de aanleg van openbare nutsvoorzieningen en dat de kosten van aanleg daarvan in de grondexploitatie van het plangebied zijn opgenomen.(29) Op grond van deze argumenten (en niet op grond van de binding van [verzoekster 2] aan de met de gemeente reeds gesloten overeenkomst) heeft de gemeente betoogd dat de hoogte van de te betalen bijdrage al vastligt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6, en de alinea staat in dat document op bytes 59747 tot 60859.