Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 109 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4368.

2.30 Ook onderdeel 4 zou bij een voldoende belang van [verzoekster 2] en [verzoeker 1] slagen. Het onderdeel voert mijns inziens terecht aan dat de enkele omstandigheid dat [verzoekster 2] met [verzoeker 1] onderhandelingen heeft aangeknoopt en een koopovereenkomst heeft gesloten, niet impliceert dat [verzoekster 2] de overeenkomst met de gemeente niet "te goeder trouw" heeft uitgevoerd. Mogelijk heeft [verzoekster 2] pas met [verzoeker 1] onderhandeld, nadat was gebleken dat [verzoeker 1] met de gemeente niet tot overeenstemming kon komen. Bijkomende omstandigheden zouden weliswaar kunnen impliceren dat [verzoekster 2], door de bedoelde gedragslijn te volgen, de overeenkomst met de gemeente niet te goeder trouw heeft uitgevoerd, maar zulke omstandigheden zijn door het hof niet vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6, en de alinea staat in dat document op bytes 62238 tot 63053.