Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002
Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4368.
2.31 Ten slotte zou ook onderdeel 5 bij een voldoende belang van [verzoekster 2] en [verzoeker 1] slagen. Volgens het hof verdraagt zich met de door [verzoekster 2] bij de uitvoering van de overeenkomst met de gemeente in acht te nemen goede trouw niet "dat [verzoekster 2] de pogingen van de gemeente die grond (de grond van [verzoeker 1]; LK) te verkrijgen - welbewust - heeft doorkruist door zelf onderhandelingen aan te knopen met [verzoeker 1] over aankoop van de grond en met deze een hogere koopsom overeen te komen dan de gemeente bereid is te betalen" en moet mede daarom worden aangenomen "dat ook de hoogte van de bijdrage die de gemeente redelijkerwijs mag verlangen vast staat". Het valt niet zonder meer in te zien, waarom nu juist de omstandigheid dat [verzoekster 2] de overeenkomst met de gemeente niet te goeder trouw zou hebben uitgevoerd, een bijzondere betekenis zou verlenen aan de daarbij overeengekomen prijs, in die zin dat die prijs (juist daardoor) ook bepalend zou zijn voor de bijdrage die de gemeente redelijkerwijze op basis van art. 26 Wvg mag verlangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6, en de alinea staat in dat document op bytes 63073 tot 64172.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6 | shasum -a 256