Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 148 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4368.

25 Zie daarover J. Hoekstra en B.S. ten Kate, Gemeentelijke grondverwerving (2000), p. 154. Ten Kate meent dat in de gedachtegang van de Kroon niet relevant is of de door andere wettelijke bepalingen geboden mogelijkheden al dan niet te kort schieten: "Voor zover die wettelijke mogelijkheden onvoldoende zijn, zullen zij door de wetgever moeten worden verruimd. Doet de wetgever dat niet, dan is er te minder aanleiding om een onteigening toe te staan ter verkrijging van een financiële bijdrage, omdat dan geconcludeerd moet worden dat de wetgever niet wenst dat de gemeente andere kosten verhaalt dan die waarvan thans verhaal in de WRO en de Gemeentewet is voorzien." Voor de Wvg gaat deze gedachtegang echter niet op. Dat de wetgever van de Wvg zou hebben gewenst dat de gemeente met behulp van haar voorkeursrecht geen andere kosten verhaalt dan die waarvan thans verhaal in de WRO en de Gemeentewet is voorzien, kan in het licht van de geschiedenis van totstandkoming van de Wvg niet worden volgehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6, en de alinea staat in dat document op bytes 73659 tot 74683.