Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4368.

1.6 In haar tussenbeschikking van 1 februari 2001 heeft de rechtbank de door de Hoge Raad in de zogenaamde novemberbeschikkingen(7) geformuleerde criteria vooropgesteld. Aan de hand van die criteria heeft de rechtbank vastgesteld dat de inhoud en de strekking van de koopovereenkomst en de samenwerkingsovereenkomst voldoen aan het door de Hoge Raad geformuleerde criterium dat de rechtshandeling zo is opgezet dat geen vervreemding in de zin van art. 26 Wvg zal plaatsvinden, doch de beschikkingsmacht over en het economische belang bij de grond door de eigenaar in zodanige mate worden overgedragen dat een resultaat wordt bereikt dat materieel op vervreemding neerkomt. Voorts is volgens de rechtbank voldaan aan het criterium dat indien partijen een overeenkomst hadden gesloten die tot vervreemding zou hebben gestrekt, de gemeente van haar voorkeursrecht gebruik zou hebben gemaakt en zo mogelijk tot aankoop van de gronden zou zijn overgegaan. Een en ander brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat de rechtshandelingen afbreuk doen aan het belang van de gemeente bij haar voorkeursrecht (rov. 5.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6, en de alinea staat in dat document op bytes 15841 tot 16968.