Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4368.

2.11 Het verweer van zelfrealisatie wordt gevoerd in een situatie waarin de ter ontwijking van het voorkeursrecht verrichte rechtshandeling in beginsel als nietig moet worden beschouwd, maar mogelijk een uitzondering op de regel van art. 26 lid 1 Wvg moet worden toegestaan. Het ligt in verband met de strekking van de novemberbeschikkingen voor de hand een dergelijke uitzondering slechts toe te staan, als de gemeente daardoor niet wordt benadeeld in enig belang met het oog waarop de Wvg in het voorkeursrecht voorziet. De door de wetgever beoogde doeleinden van het voorkeursrecht stellen aldus beschouwd niet slechts een grens aan de mogelijkheid het voorkeursrecht door het inroepen van de in art. 26 lid 1 Wvg bedoelde nietigheid veilig te stellen. Zij bakenen óók de uitzondering af, in die zin, dat een uitzondering niet kan worden toegelaten, waar de betrokken rechtshandeling de strekking heeft afbreuk te doen aan enig belang dat de Wvg aan het voorkeursrecht ten grondslag heeft gelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6, en de alinea staat in dat document op bytes 41876 tot 42891.