Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4368.

2.14 Als het wettelijke stelsel van de exploitatieovereenkomst grenzen stelt aan de van de zelfrealisator te bedingen vergoeding, is dat niet zonder betekenis. Het pregnante belang bij een in art. 26 Wvg in te bedden kostenverhaal is immers juist gelegen in de extra mogelijkheden die een dergelijk kostenverhaal ten opzichte van de andere instrumenten (baatbelasting en/of exploitatieovereenkomst) biedt. Ook in het gegeven geval zijn juist die extra mogelijkheden aan de orde: de gemeente heeft aangevoerd dat zij de ontwikkelingskosten waarin zij een bijdrage verlangt "niet - volledig - met behulp van de haar ter beschikking staande instrumenten (baatbelasting en/of exploitatieovereenkomst) kan verhalen en dat zij deze kosten derhalve wil doorberekenen in de prijs van de te zijner tijd uit te geven bouwrijpe grond" (rov. 4.19).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eba326c0b31fd77151d5fd17897d2efc333f89370872481431a5e32d51cb45c6, en de alinea staat in dat document op bytes 44375 tot 45224.