Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 133 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4369.
6.13 Ook de BTW-rechtspraak van het HvJ EG biedt steun aan de opvatting dat weliswaar voor vrijstelling of teruggaaf overtuigend bewijs geëist mag worden, maar dat zulks niet categorische uitsluiting van bepaalde vormen van bewijs of andere onevenredige belemmeringen, dan wel discriminaties mag meebrengen. Ik wijs bijvoorbeeld op het arrest HvJ EG 11 juni 1998, zaak C-361/96, Société générale des grandes sources d'eaux minérales françaises v. Bundesamt für Finanzen, Jur. 1998, blz. I-3495, waarin het ging om het bewijs van het recht op teruggaaf van omzetbelasting op basis van art. 3, sub a, van de Achtste BTW-richtlijn (79/1072/EEG) aan een in een andere EG-Lidstaat gevestigde ondernemer aan de hand van (uitsluitend) originele facturen. Het HvJ EG overwoog:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80fa59a13712f0fb82872ece5b0a3cb34f65275d9599dbf5fa6244c0d50f18ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80fa59a13712f0fb82872ece5b0a3cb34f65275d9599dbf5fa6244c0d50f18ea, en de alinea staat in dat document op bytes 54561 tot 55350.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/80fa59a13712f0fb82872ece5b0a3cb34f65275d9599dbf5fa6244c0d50f18ea | shasum -a 256