Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 169 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4369.
6.21 Ad (iii). Dan resteert te beoordelen of het equivalentiebeginsel is geschonden, dat is de vraag of in niet-grensoverschrijdende situatie voor de toepasselijkheid van een vergelijkbare vrijstelling met lichter of ander bewijs kan worden volstaan. Een binnenlandse afhaaltransactie is in elk geval niet vergelijkbaar met een grensoverschrijdende, nu op een binnenlandse afhaaltransactie het nultarief niet van toepassing is en er dus ook niets te bewijzen valt. De vraag is of er wel vergelijkbare vrijstellingen in vergelijkbare interne situaties bestaan. Tabel II bij de Wet OB bevat een lange lijst van goederen en diensten voor de levering waarvan het nultarief (dus een vrijstelling met vooraftrek) geldt, mits (zie art. 9 Wet OB) voldaan is aan bij AmvB te stellen voorwaarden. Blijkens art. 12 Uitv. Besch. geldt voor de toepasselijkheid van het nultarief bij al die transacties dezelfde zware bewijslast, ook waar het om een binnenlandse levering zou gaan, zoals bij de vrijstelling met vooraftrek voor de levering van goud aan de Nederlandsche Bank (tabel II, post a.5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80fa59a13712f0fb82872ece5b0a3cb34f65275d9599dbf5fa6244c0d50f18ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80fa59a13712f0fb82872ece5b0a3cb34f65275d9599dbf5fa6244c0d50f18ea, en de alinea staat in dat document op bytes 72203 tot 73299.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/80fa59a13712f0fb82872ece5b0a3cb34f65275d9599dbf5fa6244c0d50f18ea | shasum -a 256