Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 172 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4369.

7.1 Ik meen, anders dan de belanghebbende, dat haar juridische standpunten, gegeven de door het Hof vastgestelde feiten, niet zodanig pleitbaar zijn dat voor een boete in het geheel geen plaats zou zijn. Of haar feitelijke handelwijze overigens verdedigbaar was, is voorbehouden aan de beoordeling door de feitenrechter, wiens oordeel op dit punt niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd lijkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80fa59a13712f0fb82872ece5b0a3cb34f65275d9599dbf5fa6244c0d50f18ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80fa59a13712f0fb82872ece5b0a3cb34f65275d9599dbf5fa6244c0d50f18ea, en de alinea staat in dat document op bytes 74320 tot 74733.