Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 173 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4369.
7.2 Niettemin meen ik dat aanleiding bestaat tot strafvermindering. De boete is opgelegd bij naheffingsaanslag gedateerd 6 februari 1997. De bezwaarfase (dat wil zeggen de termijn van 6 februari 1997 tot 20 november 1997, datum uitspraak op bezwaar) duurde zo'n negeneneenhalve maand. Het beroep voor het Hof (dat wil zeggen de termijn van 21 november 1997, de eerste dag van de beroepstermijn, en tevens de datering van het beroepschrift, tot 6 oktober 2000, de datering van de uitspraak van het Hof) duurde bijna drie jaar. Het cassatieberoep loopt thans nog en duurt langer dan wenselijk als gevolg van (i) heen- en weer sturen tussen Raad en Parket, (ii) personeelswisselingen en (iii) verhuizingen. Dergelijke omstandigheden zijn volgens het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)(18) geen rechtvaardiging voor overschrijding van de door art. 6 EVRM voorgeschreven redelijke termijn van berechting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80fa59a13712f0fb82872ece5b0a3cb34f65275d9599dbf5fa6244c0d50f18ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80fa59a13712f0fb82872ece5b0a3cb34f65275d9599dbf5fa6244c0d50f18ea, en de alinea staat in dat document op bytes 74753 tot 75679.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/80fa59a13712f0fb82872ece5b0a3cb34f65275d9599dbf5fa6244c0d50f18ea | shasum -a 256