Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4369.

(iii) Het Hof is ten onrechte voorbijgegaan aan het beroep op het EG-Verdrag. Artikel 7A schrijft afschaffing van de fiscale binnengrenzen voor, die voor de omzetbelasting echter evident achterwege is gebleven. Sinds 1993 (afschaffing fysieke (douane-) goederenstroomcontrole aan de binnengrenzen) is ondernemers de mogelijkheid ontnomen om bij intracommunautaire levering overtuigend bewijs (douanedocumenten) te leveren van grensoverschrijdend vervoer als dat vervoer in eigen beheer geschiedt. Aan de leverancier worden bij afhaaltransacties onevenredige bewijseisen gesteld. Aangezien de buitenlandse afnemer bij vervoer in eigen beheer in de regel evenmin beschikt over overtuigend bewijs van grensoverschrijdend vervoer, zal de afnemer de aan hem berekende belasting niet van de Nederlandse fiscus terugontvangen op de voet van de Achtste richtlijn (79/1072/EEG). Er wordt dan aangenomen dat hij de goederen in Nederland heeft doorgeleverd, tenzij het tegendeel blijkt. In eigen land zal de afnemer lokale belasting verschuldigd zijn bij doorlevering aan derden, aangezien hij aldaar niet kan aantonen dat hij de goederen in Nederland heeft afgezet. Het resultaat is dubbele heffing, in strijd met de uitgangspunten van de BTW. Deze toestand houdt een door art. 30 (thans 28) EG-Verdrag verboden belemmering van het goederenverkeer in, alsmede een door art. 95 (thans 90) EG-Verdrag verboden fiscale discriminatie van grensoverschrijdende afhaaltransacties ten opzichte van binnenlandse afhaaltransacties, waarbij zich immers niet de fiscale noodzaak voordoet om het vervoer om bewijsredenen aan een derde uit te besteden. Bewijs van vervoer verzekert bovendien de juiste werking van het BTW-stelsel niet, omdat niets de afnemer weerhoudt om - bij gebreke van fiscaal toezicht aan de binnengrenzen - de goederen na ontvangst in het buitenland meteen terug te vervoeren naar het land van vertrek, "zoals bijvoorbeeld bij carrouselfraude." Bij intracommunautaire leveringen moet het nultarief toegepast worden ook als het vervoer door een der partijen zelf geschiedt, mits de levering zelf, de persoon van de afnemer, diens status als ondernemer en diens buitenlandse BTW-identificatienummer vaststaat. Indien U tot het oordeel zou komen dat deze interpretatie van EG-recht niet zonder meer voor de hand ligt, dienen vragen voorgelegd te worden aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80fa59a13712f0fb82872ece5b0a3cb34f65275d9599dbf5fa6244c0d50f18ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80fa59a13712f0fb82872ece5b0a3cb34f65275d9599dbf5fa6244c0d50f18ea, en de alinea staat in dat document op bytes 12905 tot 15325.