Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4378.
dat daartegenover de Staat in zijn eerste cassatiemiddel terecht stelt dat het geldelijk belang bij de beschikking over de te ontgraven hoeveelheden bodemstoffen moet worden beoordeeld los gedacht van de bijzondere omstandigheid dat het winnen van het zand en de klei door - of voor - den Staat plaats vindt door middel van de afgravingen of baggerwerkzaamheden, welke toch reeds met het oog op de uitvoering van de rivierwerken moeten plaats vinden en bekostigd worden;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8, en de alinea staat in dat document op bytes 11072 tot 11555.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8 | shasum -a 256