Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4378.

3.6. Schimmig blijft dus of de rechtbank is uitgegaan van het voordeel voor de onteigenende partij of van de commerciële waarde van het zand. Zij lijkt beide gedaan te hebben, maar dat kan niet, althans niet zonder nadere motivering waarom zij dan niet de volle in plaats van de halve handelswaarde vergoed heeft. Uit het geciteerde arrest Utrecht/Van Heumen-de Sitter Stichting en uit het nog aan de orde komende arrest Staat/Del Court volgt immers dat weliswaar het voordeel voor de onteigenende partij in beginsel bij helfte gedeeld wordt door onteigende en onteigenende partij, maar niet dat ook de handelswaarde bij helfte gedeeld zou moeten worden (slechts dat geen hoger bedrag vergoed kan worden dan het laagste van de volle handelswaarde en de volle voordeelswaarde).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8, en de alinea staat in dat document op bytes 17502 tot 18293.