Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4378.

3.7. De rechtbank had kosten in aanmerking moeten nemen, dan wel moeten uitleggen waarom zij dat niet deed, en had bovendien (de helft van) het subjectieve voordeel voor de provincie moeten bepalen en vervolgens moeten vergelijken met het volle vedrag van de objectieve commerciële waarde van het zand, acht slaande op alle toerekenbare kosten. Daaruit volgt naar mijn mening dat het vonnis niet voldoende begrijpelijk en gemotiveerd is en vernietigd moet worden. Verwezen moet worden voor feitelijk onderzoek naar de kwestie van de vergoeding voor het zand.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8, en de alinea staat in dat document op bytes 18313 tot 18885.