Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4378.

4.5. Het oordeel dat onvoldoende zicht op toekomstige bebouwing bestaat om een relevante verwachtingswaarde aan de grond toe te kennen, is mijns inziens een feitelijk oordeel dat voldoende gemotiveerd is met de verwijzing naar de specifieke ongunstige ligging van het onteigende, mede in aanmerking genomen dat de rechtbank consistent is door de deskundigen evenmin te volgen in hun advies om geen vergoeding voor het zand toe te kennen, nu een vergoeding voor het zand wél past bij de door de rechtbank aangenomen agrarische bestemming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8, en de alinea staat in dat document op bytes 23106 tot 23658.