Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4378.
4.11. Subonderdeel Ic (B) betoogt weliswaar terecht dat onjuist is de rechtsopvatting dat de Onteigeningswet geen grond zou bieden aan vergoeding van speculatieve verwachtingswaarde (in de zin van verwachtingen van speculanten), nu immers de marktwaarde vergoed moet worden, ook voor zover die beïnvloed wordt door speculatieve verwachtingen, mits een redelijke koper die zou koesteren. Ik meen echter dat het oordeel van de rechtbank in het licht van de door de partijen gestelde feiten, het deskundigenrapport en 's rechtbanks overige overwegingen aldus moet worden verstaan dat in casu geen relevante verwachtingswaarde bestaat omdat [verweerder]s grond ingesloten ligt ("specifieke ligging;" "geen bedrijfsbebouwing mogelijk"), de door hem aangedragen vergelijkingsobjecten (daardoor) onvoldoende vergelijkbaar zijn en een gemiddelde speculant (dus) niet zou speculeren op [verweerder]s grond. Aldus uitgelegd is het oordeel niet onbegrijpelijk en steunt het niet op een onjuiste rechtsopvatting, zodat het in cassatie onaantastbaar is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8, en de alinea staat in dat document op bytes 27667 tot 28722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8 | shasum -a 256