Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4378.
4.16. [verweerder] betoogt echter in het tweede incidentele middel primair niet alleen dat (i) het voordeel voor de Provincie bepaald moet worden, maar ook dat (ii) de waarde van dat voordeel vergoed moet worden onafhankelijk van de vraag van welke bestemming van de grond men uitgaat, dus onafhankelijk van de vraag of het zand gewonnen zou worden dan wel de grond bebouwd zou worden. Aan beoordeling van dit standpunt bent u niet toegekomen in HR 25 januari 1989 (Staat/Del Court van krimpen), NJ 1990, 234, met conclusie Moltmaker en noot MB.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8, en de alinea staat in dat document op bytes 31532 tot 32091.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8 | shasum -a 256