Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4378.
4.19. Dan blijft over het betoog dat niet slechts uitgegaan moet worden van de (objectieve) handelswaarde van het zand voor een afgraver, maar ook van de (subjectieve) waarde voor de onteigenaar. Dit betoog is op zichzelf juist, zoals volgt uit het arrest Staat/Del Court. Van dat voordeel komt in normale gevallen de helft toe aan de onteigende, behalve indien die helft hoger zou zijn dan het bedrag dat zonder onteigening bij economisch verantwoorde exploitatie (afgraving en verkoop: de objectieve handelswaarde dus) genoten zou kunnen worden (zie HR 4 januari 1985 (Gelderland/Lubbers) NJ 1985, 48), in welk geval die handelswaarde vergoed wordt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8, en de alinea staat in dat document op bytes 33237 tot 33901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e25fd470e8351cd4e34809c432bafe0a37348479ff2a6df2dd8d199aff0e6c8 | shasum -a 256