Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4430.
6. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft op het door [verweerster] ingestelde beroep in zijn arrest van 31 augustus 2000 overwogen dat het debat in hoger beroep zich toespitst op de vraag of de datum waarop [verweerster] aangifte deed tegen [eiser] moet gelden als aanvangstijdstip van de in art. 3:310 lid 1 BW bedoelde verjaringstermijn van vijf jaar. Het Hof heeft in dat verband onder verwijzing naar HR 23 oktober 1998, NJ 2000, 15 (m.nt. ARB onder HR 25 juni 1999, NJ 2000, 16) in rechtsoverweging 3 vooropgesteld dat in het algemeen niet kan worden afgeweken van het in art. 3:310 lid 1 BW vermelde aanvangstijdstip van de vijfjaarstermijn (het bekend zijn met de schade en de aansprakelijke persoon) omdat de rechtszekerheid een vaste termijn eist, doch dat voorzover zulks ertoe leidt dat een vordering zou verjaren welke de schuldeiser niet geldend heeft kúnnen maken - een geval dat art. 3:310 lid 1 BW nu juist beoogt te voorkomen - geldt dat wanneer dat niet geldend kunnen maken is voortgevloeid uit omstandigheden die aan de schuldenaar moeten worden toegerekend, moet worden aangenomen dat de verjaringstermijn pas een aanvang neemt wanneer die omstandigheden het kunnen geldend maken van de vordering niet langer verhinderen. Het Hof heeft vervolgens overwogen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec, en de alinea staat in dat document op bytes 8760 tot 10053.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec | shasum -a 256