Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4430.

"5.1. [Verweerster], die stelt ten gevolge van het door [eiser] gepleegde sexueel misbruik te lijden aan een dissociatieve of meervoudige persoonlijkheidsstoornis, is op 1 februari 1993 in staat geweest aangifte te doen tegen [eiser] terwijl zij zich blijkens de aangifte op dat moment bewust was van het feit dat haar psychische ziekte het gevolg was van het sexuele misbruik door [eiser]. Naar het oordeel van het hof ligt hierin een sterke aanwijzing voor het feit, dat de ziekte van [verweerster] haar op dat moment niet langer verhinderde haar vordering geldend te kunnen maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec, en de alinea staat in dat document op bytes 10073 tot 10669.