Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4430.

5.2. [Verweerster] heeft echter een brief in het geding gebracht van de psychiater M. van Egmond-van Es d.d. 24 juni 1999 die uit dossieronderzoek heeft opgemaakt dat [verweerster] ten tijde van de aangifte erg angstig was, dissocieerde en automutileerde en dat het RIAGG haar na haar gesprek met de politie heeft afgeraden verdere stappen te ondernemen omdat zij psychotisch dreigde te worden. [Eiser] heeft de brief op de hiervoor vermelde punten niet bestreden en in dit verband slechts naar voren gebracht dat de inhoud van de door Van Egmond geraadpleegde rapporten en verslagen door hem niet kan worden getoetst. Dit laatste staat echter niet in de weg aan de juistheid van de bevindingen van Van Egmond en het hof gaat van die juistheid uit, te meer nu de brief wordt ondersteund door de in eerste aanleg overgelegde brief van H.J. de Heer, klinisch psycholoog, van 13 mei 1998. De Heer vermeldt daarin dat eerdere aanzetten tot het nemen van actie (dan, zo begrijpt het hof, de aansprakelijkheidstelling van 28 mei 1998) bij [verweerster] leidden tot ernstige toename van de symptomatologie. [Eiser] heeft deze brief op dit punt evenmin bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec, en de alinea staat in dat document op bytes 10689 tot 11857.