Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4430.
5.3. Uit de overgelegde aangifte en uit vermelde brieven in samenhang met elkaar gelezen, leidt het hof af dat de gestelde aan [eiser] toe te rekenen ziekte van [verweerster] ten tijde van de aangifte weliswaar in een zodanige fase was gekomen dat zij over het sexuele misbruik kon verhalen en zich ervan bewust was dat zij daardoor ziek was geworden, maar dat redelijkerwijs niet van haar kon worden gevergd dat zij toen (ook) een rechtsvordering tegen [eiser] zou instellen. Het doen van aangifte heeft haar kennelijk zeer opgebroken en het hof leidt uit meervermelde brieven ook af, dat haar ziekte [verweerster] tot in 1998 verhinderde haar rechten op schadevergoeding tegen [eiser] geldend te kunnen maken."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec, en de alinea staat in dat document op bytes 11877 tot 12602.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec | shasum -a 256