Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4430.
Het Hof heeft een en ander niet miskend. Hierbij teken ik aan dat de formulering van rechtsoverweging 3 van 's Hofs arrest de indruk zou kunnen wekken dat het Hof ervan is uitgegaan dat de hiervoor beschreven regel uitsluitend geldt voorzover handhaving van het in art. 3:310 lid 1 BW bedoelde aanvangstijdstip ertoe leidt dat de vordering verjaart voordat de crediteur haar geldend heeft kunnen maken en dat bedoelde regel niet geldt ingeval de omstandigheden die het kunnen geldend maken van de vordering aanvankelijk verhinderden op enig moment binnen vijf jaar na het in art. 3:310 lid 1 het kunnen gelden maken van de vordering niet langer belemmeren. Een dergelijke restrictie mag niet worden gesteld. Uit 's Hofs overwegingen in onderlinge samenhang gelezen blijkt evenwel dat genoemde indruk onjuist is; ook partijen zijn in deze procedure - terecht - ervan uitgegaan dat deze restrictie niet geldt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec, en de alinea staat in dat document op bytes 18404 tot 19325.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec | shasum -a 256