Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4430.

13. Ook dit middelonderdeel faalt. Het Hof heeft, zoals gezegd, terecht geoordeeld dat de verjaring in een geval als het onderhavige pas een aanvang neemt wanneer de aan de schuldenaar toe te rekenen omstandigheden het kunnen geldend maken van de vordering niet langer verhinderen. Het Hof heeft terecht buiten beschouwing gelaten of van [verweerster] kon worden gevergd dat zij de verjaring zou stuiten: zolang de verjaring geen aanvang neemt kan van stuiting immers geen sprake zijn. De in de schriftelijke toelichting vervatte verwijzing naar HR 28 april 2000, NJ 2000, 431, m.nt. ARB, ziet eraan voorbij dat het in dat arrest ging om de vraag of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid grond bestond de lopende verjaringstermijn van art. 3:310 lid 2 BW buiten toepassing te laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23bbb2c5acb35bf1c4a271ffd37c3ce3d3a5a52cf04c669384a081df844b4eec, en de alinea staat in dat document op bytes 21610 tot 22415.