Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4432.
"ZHD stelt ten aanzien van de betrokkenheid van [verweerder] in persoon dat het ernstige vermoeden is gerezen dat Wala van de door [betrokkene 1] begane malversaties heeft geprofiteerd, hetgeen de betrokkenheid van [verweerder] zou impliceren. Echter, uit het door ZHD ter zitting gestelde noch uit de door ZHD in het geding gebrachte stukken blijkt, noch zijn hieruit aanwijzingen te putten, dat haar vermoeden gerechtvaardigd is. Dat vermoeden is uitsluitend gebaseerd op de formele positie van [verweerder] als directeur van Wala. Waar echter geen enkele omstandigheid zelfs maar is aangevoerd die zou wijzen op betrokkenheid van [verweerder] in persoon bij de gepleegde malversaties of van kennis omtrent die malversaties die hij als directeur noodzakelijkerwijs zou moeten hebben verkregen, is de vordering waarop het beslag is gegrond summierlijk ondeugdelijk gebleken" (rov. 3.3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87b3891f86fd05d47df3d6ca08a22b760fc118a10d954ddf8851ec704296e37a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87b3891f86fd05d47df3d6ca08a22b760fc118a10d954ddf8851ec704296e37a, en de alinea staat in dat document op bytes 13985 tot 14885.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/87b3891f86fd05d47df3d6ca08a22b760fc118a10d954ddf8851ec704296e37a | shasum -a 256