Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4432.

"De malversaties die ten grondslag liggen aan de vordering van ZHD zijn, behalve door een werknemer van ZHD zelf, gedurende een aantal jaren gepleegd door een werknemer van Wala, die zelfstandig een aparte afdeling van dat bedrijf leidde. De persoonlijke verwijtbaarheid van [verweerder] zou, naar de stelling van ZHD, onder meer daarin gelegen hebben dat hij niets heeft ondernomen om aan de frauduleuze handelingen van de betreffende werknemer een einde te maken. [Verweerder] zou, zo wordt door ZHD gesteld, van die handelingen op de hoogte zijn geweest, hetgeen zou zijn af te leiden uit de omstandigheid dat hij als bestuurder/enig aandeelhouder van Wala niet de voor het onderzoek naar de vraag wie van de malversaties heeft/hebben geprofiteerd noodzakelijke gegevens heeft verschaft, althans deze heeft achter gehouden, daarbij in aanmerking genomen dat die profiteurs zich mogelijk in de kring van Wala's principalen bevonden. Persoonlijke betrokkenheid en daaruit voortvloeiende verwijtbaarheid van [verweerder] zijn, naar het oordeel van het hof, in het kader van deze kort gedingprocedure voorshands onvoldoende aannemelijk geworden" (rov. 4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87b3891f86fd05d47df3d6ca08a22b760fc118a10d954ddf8851ec704296e37a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87b3891f86fd05d47df3d6ca08a22b760fc118a10d954ddf8851ec704296e37a, en de alinea staat in dat document op bytes 27080 tot 28247.