Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4432.

3.9 Naar ik begrijp, bedoelt het onderdeel tot uitdrukking te brengen dat onaannemelijk is dat [verweerder] niet van de fraude heeft geweten omdat hij kennis droeg van binnenkomende faxen. Het Hof zou dat uit het oog hebben verloren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87b3891f86fd05d47df3d6ca08a22b760fc118a10d954ddf8851ec704296e37a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87b3891f86fd05d47df3d6ca08a22b760fc118a10d954ddf8851ec704296e37a, en de alinea staat in dat document op bytes 36013 tot 36259.