Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4432.

3.10 De verklaring van [betrokkene 1] - die m.i. niet per se geloofwaardig is - houdt in dat [verweerder] toelichting zou hebben gevraagd omtrent de inhoud van de faxen. Dit laat geen andere uitleg toe dan dat deze op zich onvoldoende duidelijk waren, dat wil zeggen zonder toelichting niet onthulden dat sprake was van fraude. Dat ligt ook voor de hand. Fraudeurs werken graag in stilte. Het is uiteraard mogelijk dat zij hun misdrijven aan het papier en aan een faxapparaat toevertrouwen. Erg plausibel is dat niet. In andere bewoordingen zegt het Hof hetzelfde; zie de eerste volzin van de onder 2.31 geciteerde rov.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87b3891f86fd05d47df3d6ca08a22b760fc118a10d954ddf8851ec704296e37a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87b3891f86fd05d47df3d6ca08a22b760fc118a10d954ddf8851ec704296e37a, en de alinea staat in dat document op bytes 36279 tot 36911.