Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4473.
4.15 Een nietigheidssanctie werkt in dergelijke gevallen averechts voor wat betreft de loonbelasting, die nu eenmaal aansluit bij het bestaan van een civielrechtelijke (geldige) arbeidsovereenkomst. Ingeval van een verzwijgbeding worden de openbare orde en de (belasting)wet aanzienlijk beter gediend door alleen het verzwijgbeding nietig te achten en de arbeidsovereenkomst overigens volledig in stand te laten (zo nodig met beroep op art. 3:41 BW). Ik zie overigens evenmin een civielrechtelijke reden om de partijen bij een overeenkomst zoals die tussen Jamin en Geels wederzijds van hun verplichtingen bevrijd te achten, behalve dan van de verplichting om het verzwijgbeding na te komen. De overeengekomen publicitaire arbeid en de beloning daarvoor waren op zichzelf geenszins onzedelijk of (strafrechtelijk) verboden. U vergelijke uw arrest HR 16 november 1984, NJ 1985, 624, met conclusie Ten Kate en noot CJHB, een Antilliaanse zaak waarin u als volgt oordeelde over een eis tot nakoming van het gedeelte van de koopsom voor onroerend goed dat in strijd met de wet buiten de notariële akte was gelaten om overdrachtsbelasting te ontduiken:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62edd61a7f489fadb83d9a4a9fbd68c31d6bea11ccf8b02dc759a3dcfa689779. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62edd61a7f489fadb83d9a4a9fbd68c31d6bea11ccf8b02dc759a3dcfa689779, en de alinea staat in dat document op bytes 23226 tot 24387.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/62edd61a7f489fadb83d9a4a9fbd68c31d6bea11ccf8b02dc759a3dcfa689779 | shasum -a 256