Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4473.

4.16 De thans door u te berechten zaak is echter een andere. De kern van de overeenkomst tussen de belanghebbende en zijn medewerkers lijkt te zijn de handling en de verkoop van stoffen die op lijst II (onderdeel b) bij de Opiumwet staan en waarvan de verkoop en zelfs het enkele aanwezig hebben al verboden is en met straf bedreigd wordt (art. 3 juncto art. 10 Opiumwet). De voornaamste inhoud van de overeenkomst is dus, anders dan bij Jamin en Geels, het verrichten van bij de strafwet verboden handelingen. Nakoming van de overeenkomst leidt tot overtreding van de strafwet(12) en handelen in strijd met de woonbestemming van het pand. In belanghebbendes geval kan ook niet relativerend van gedogen gesproken worden: zijn nering is meermalen gesloten,(13) en op 17 maart 1995 is proces-verbaal tegen hem opgemaakt, terwijl ook daarna strafrechtelijk tegen hem is opgetreden.(14)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62edd61a7f489fadb83d9a4a9fbd68c31d6bea11ccf8b02dc759a3dcfa689779. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62edd61a7f489fadb83d9a4a9fbd68c31d6bea11ccf8b02dc759a3dcfa689779, en de alinea staat in dat document op bytes 25518 tot 26414.