Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4473.
4.28 Het komt mij voor dat het Hof een rechtens onjuist onderscheid heeft gemaakt tussen "formeel-juridische" en "materiële" voorwaarden voor een dienstbetrekking. Ik meen dat de algemene voorwaarden voor een geldige rechtshandeling respectievelijk overeenkomst van even groot belang zijn als de door het Hof "materieel" genoemde voorwaarden voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst. Civielrechtelijk lopen de gevolgen van tekortkomingen op beide punten deels synchroon (zoals: geen ontslagbescherming, geen recht op minimumloon, en dergelijke). Voor zover er verschil in gevolg is, is nietigheid juist ingrijpender: geen recht op nakoming; titelloosheid van reeds betaald loon, en dergelijke. De "formeel-juridische" nietigheid heeft grote materieelrechtelijke gevolgen. Maar belangrijker nog is dat ook aan de door het Hof "materieel" genoemde voorwaarden niet voldaan wordt als gevolg van de nietigheid. Een nietige overeenkomst schept geen verplichtingen; ook geen natuurlijke verbintenis. Als gevolg van de nietigheid is er dus géén verplichting, ook geen natuurlijke, om persoonlijk arbeid te verrichten, noch een plicht om loon uit te betalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62edd61a7f489fadb83d9a4a9fbd68c31d6bea11ccf8b02dc759a3dcfa689779. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62edd61a7f489fadb83d9a4a9fbd68c31d6bea11ccf8b02dc759a3dcfa689779, en de alinea staat in dat document op bytes 38736 tot 39908.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/62edd61a7f489fadb83d9a4a9fbd68c31d6bea11ccf8b02dc759a3dcfa689779 | shasum -a 256