Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4483.
"Centraal komt dan de vraag te staan of en in hoeverre de rechter de ruimte heeft om van een duidelijke wettekst - zoals in ons geval - af te wijken. Het probleem dient zich met name aan, zodra er een spanning valt te constateren tussen de grammaticale (woorden van de wet') interpretatie enerzijds en de historische, systematische of teleologische methode anderzijds. Voorop gesteld zij daarbij, dat een vaste rangorde tussen de verschillende interpretatiemethoden in beginsel niet wordt aanvaard. Desondanks meen ik, dat er wel sprake is van een zeker krachtenveld in die zin, dat des te duidelijker de wettekst is, er al des te sterkere aanwijzingen moeten zijn in de geschiedenis of de bedoeling van de wet om tot een van die wettekst afwijkende interpretatie te geraken. ( ) Het omgekeerde is natuurlijk ook waar: des te onduidelijker of voor meer uitleggen vatbaar de wettekst is, des te eerder zullen we voor de wetstoepassing te rade gaan bij geschiedenis en/of bedoeling van de wet.".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70d3c2063ed03bf997a806e555ebc06fa96584ba380667d50bc360bc363dfe2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70d3c2063ed03bf997a806e555ebc06fa96584ba380667d50bc360bc363dfe2a, en de alinea staat in dat document op bytes 31357 tot 32363.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/70d3c2063ed03bf997a806e555ebc06fa96584ba380667d50bc360bc363dfe2a | shasum -a 256