Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4547.

5. De klacht is gegrond. Het oordeel van het Hof berust kennelijk op de opvatting dat, nu [betrokkene 1] en [verzoekster] in gemeenschap van goederen zijn gehuwd, het faillissement van [betrokkene 1] dat ingevolge art. 350 lid 5 Fw van rechtswege voortvloeit uit de op de voet van art. 350 lid 3 sub c, d en e Fw uitgesproken beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [betrokkene 1], ook [verzoekster] treft. Geen wettelijke bepaling geeft steun aan deze opvatting, ook niet die van art. 63 Fw. Ingevolge dit artikel wordt het faillissement van de persoon die in enige gemeenschap van goederen is gehuwd als faillissement van de gemeenschap behandeld, maar het artikel gaat niet zo ver dat het bepaalt dat een dergelijk faillissement van rechtswege ook het faillissement van de andere echtgenoot meebrengt, terwijl voor een zo vergaande conclusie elders in de wet evenmin aanknopingspunten zijn te vinden. Zie HR 13 juli 2001, NJ 2001, 525. Hieruit volgt dat, anders dan het Hof kennelijk heeft geoordeeld, de enkele omstandigheid dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [betrokkene 1] op de voet van art. 350 lid 3 sub c, d en e Fw wordt beëindigd geen grond vormt voor de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, met het in art. 350 lid 5 Fw bedoelde gevolg, ten aanzien van [verzoekster]. Zie HR 15 februari 2002, NJ 2002, 259 nt. prof.mr. B. Wessels.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/956542ffa9badd622366af565e6d44c6238f3b385a2c05bc975065cbb210bf84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 956542ffa9badd622366af565e6d44c6238f3b385a2c05bc975065cbb210bf84, en de alinea staat in dat document op bytes 7720 tot 9171.