Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4547.
11. Ook onderdeel 8 van het middel is tevergeefs voorgesteld. Het Hof heeft de reden waarom volgens [verzoekster] en [betrokkene 1] aan hen geen verwijt kan worden gemaakt van het achterwege blijven van afdrachten aan de boedel als ongeloofwaardig bestempeld. Dit oordeel berust op een aan het Hof, als rechter die over de feiten oordeelt, voorbehouden feitelijke waardering van ten processe gebleken feiten en omstandigheden en van de proceshouding van [verzoekster] en haar echtgenoot. Op juistheid kan dit oordeel in cassatie niet worden getoetst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/956542ffa9badd622366af565e6d44c6238f3b385a2c05bc975065cbb210bf84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 956542ffa9badd622366af565e6d44c6238f3b385a2c05bc975065cbb210bf84, en de alinea staat in dat document op bytes 12095 tot 12658.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/956542ffa9badd622366af565e6d44c6238f3b385a2c05bc975065cbb210bf84 | shasum -a 256