Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4551.

(b) De rechtbank heeft de vordering tegen [betrokkene 1] afgewezen bij vonnis van 28 augustus 1984. Voorzover de vordering was gericht tegen [verweerder], heeft zij een comparitie gelast. Tegen dit vonnis is [eiser] in hoger beroep gekomen bij het hof Den Bosch. Dit hof heeft bij arrest van 18 januari 1988 het door de rechtbank gewezen vonnis vernietigd en de primaire vordering van [eiser] alsnog toegewezen. [Betrokkene 1] ging daartegen met succes in cassatie. Bij arrest van 8 december 1989 vernietigde de Hoge Raad het Bossche arrest en verwees de zaak ter verdere behandeling naar het hof Arnhem. Bij arrest van 26 maart 1991 heeft dit hof het bestreden vonnis bekrachtigd, voorzover gewezen tussen [eiser] en [betrokkene 1]. Het daartegen door [eiser] ingestelde cassatieberoep is verworpen met toepassing van art. 101a RO (oud). Hiermee waren de primaire en de subsidiaire vordering definitief afgedaan, was [betrokkene 1] als procespartij definitief uit beeld verdwenen en restte nog slechts ter beoordeling de meer subsidiaire vordering tot schadevergoeding, gericht tegen [verweerder].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d28cb63fce1e2176376ad9b744b12b5fd081269dfae2b195bb1f9f1971e8b4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d28cb63fce1e2176376ad9b744b12b5fd081269dfae2b195bb1f9f1971e8b4c, en de alinea staat in dat document op bytes 5617 tot 6728.