Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4551.

2.5 Als ik het goed zie heeft [eiser] zich in cassatie niet beroepen op het feit dat hij na cassatie en verwijzing zijn eis opnieuw heeft vermeerderd. Maar als dat anders zou zijn, kan ook dat hem geen baat brengen. Het feit dat het verzet tegen deze vermeerdering van eis door het hof ongegrond is verklaard, betekent slechts dat van een onredelijke vertraging van de procedure door de vermeerdering geen sprake was. Het betekent niet - en kan ook niet betekenen - dat langs deze weg kan worden genegeerd of doorbroken dat de niet of tevergeefs bestreden onderdelen van de gecasseerde Bossche uitspraak, onaantastbaar zijn geworden. In het thans bestreden arrest van het hof Arnhem ligt besloten dat het hof - gezien het vorenstaande: terecht en op goede gronden - van oordeel was dat die vermeerderde eis voor de andere posten dan de bovengenoemde, moest afstuiten op het feit dat het Bossche arrest in zoverre inmiddels in kracht van gewijsde was gegaan.(4)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d28cb63fce1e2176376ad9b744b12b5fd081269dfae2b195bb1f9f1971e8b4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d28cb63fce1e2176376ad9b744b12b5fd081269dfae2b195bb1f9f1971e8b4c, en de alinea staat in dat document op bytes 15989 tot 16963.