Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4551.

Dat de gederfde waardevermeerdering zou worden vastgesteld aan de hand van de fictieve waarde van de percelen, d.w.z. zowel het te verwerven perceel als de reeds bij [eiser] in eigendom zijnde percelen, per 11 juni 1993, verminderd met de waarde per die datum van het door [eiser] in verband met de grondruil aan te kopen stuk grond, was overigens al beslist in het arrest van het hof 's-Hertogenbosch van 26 juni 1996, rov. 4.6 en 4.7. In de daarop volgende cassatieprocedure zijn daartegen geen klachten gericht. De beslissing daaromtrent was ook niet afhankelijk van de wel door de Hoge Raad vernietigde beslissing betreffende de vermeerdering van eis. Het hof Arnhem was derhalve aan die wijze van berekening gebonden, zodat de daaraan door dat hof gewijde overwegingen m.i. ten overvloede zijn gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d28cb63fce1e2176376ad9b744b12b5fd081269dfae2b195bb1f9f1971e8b4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d28cb63fce1e2176376ad9b744b12b5fd081269dfae2b195bb1f9f1971e8b4c, en de alinea staat in dat document op bytes 20977 tot 21797.